LAKSCHADE & LAKPROBLEMEN
Beschadigingen in de lak kunnen op verschillende manieren ontstaan. Denk aan steenslag, krassen, weersinvloeden of zelfs onjuiste wasmethoden. Maar soms ligt de oorzaak dieper: het lakproces zelf is dan niet correct uitgevoerd. Zo kan het zijn dat de laklaag niet de juiste dikte heeft, dat droogtijden niet goed zijn aangehouden of dat de ondergrond vóór het lakken onvoldoende is voorbereid.
Veel mensen proberen deze schade zelf te herstellen. En dat is zeker mogelijk, zolang je werkt met de juiste materialen, zorgt voor een goede voorbereiding en nauwkeurig te werk gaat. Zo kun je in veel gevallen prima zelf een nette reparatie uitvoeren.
Maar wat als het resultaat toch niet naar verwachting is? Denk aan druppels, blaasjes, barsten in de lak of kleurverschillen. Dan ben je op deze pagina aan het juiste adres. Hier laten we zien wat er mis kan zijn gegaan, wat de mogelijke oorzaken zijn én — nog belangrijker — hoe je het kunt oplossen.
Zo kun je goed voorbereid aan de slag
Zakkers in de lak bij gebruik van een spuitbus

Wat zijn zakkers?
Zakkers (ook wel "lopen" genoemd) zijn druiperige, hangende strepen in de laklaag. Ze ontstaan wanneer er te veel lak in één keer wordt aangebracht, waardoor de lak niet goed hecht en letterlijk naar beneden zakt voordat hij opdroogt.
Veelvoorkomende oorzaak bij spuitbussen:
Bij gebruik van een spuitbus komt dit meestal door:
Te dikke laag in één keer aangebracht
- Veel doe-het-zelvers willen meteen een dekkend resultaat en spuiten daardoor te langzaam of te dicht op het oppervlak.Onvoldoende afstand gehouden tot het oppervlak
- De ideale spuitafstand is meestal 20 - 30 cm. Te dichtbij spuiten zorgt voor ophoping van lak.Geen tussentijdse droogtijd tussen lagen
- Meerdere natte lagen over elkaar zonder voldoende droogtijd zorgt voor doorzakking.Slechte voorbereiding van de ondergrond
- Een vettige, gladde of glanzende ondergrond zorgt ervoor dat de lak zich niet goed hecht.
Hoe voorkom je zakkers?
Spuit in meerdere dunne lagen in plaats van één dikke.
Houd de juiste afstand en beweeg de bus gelijkmatig.
Laat elke laag even drogen voordat je de volgende aanbrengt (volg de aanwijzingen op het spuitbus-etiket).
Zorg voor een schone, matte en vetvrije ondergrond.
Wat kun je doen als je al zakkers hebt?
Laat de lak volledig uitharden (meestal 24-48 uur), schuur de plek voorzichtig glad met fijn schuurpapier (bijv. P1000 - P2000) en breng opnieuw dunne lagen lak aan. Werk indien nodig af met blanke lak en polijst voor een egaal resultaat.
Watervlekken in de lak na spuitwerk

Wat zijn watervlekken?
Watervlekken zijn doffe, kringen- of vlekachtige afdrukken in de lak die vaak pas zichtbaar worden nadat het lakwerk is uitgehard of als er water op het oppervlak is gekomen (zoals regen of wassen).
Oorzaken van watervlekken bij gebruik van een spuitbus:
Lak is nog niet volledig uitgehard
- Als water (regen, condens of wassen) op de lak komt terwijl deze nog aan het drogen of uitharden is, kan dit vlekken veroorzaken. Dit gebeurt vooral bij warm en vochtig weer.Te snel afgewerkt met blanke lak
- Als de kleurlaag nog niet droog genoeg is vóór het aanbrengen van blanke lak, kunnen vochtige lagen reageren met elkaar en vlekken veroorzaken.Omgevingsvocht tijdens het spuiten
- Spuiten in een te vochtige ruimte (zoals buiten of in een slecht geventileerde garage) kan ervoor zorgen dat er tijdens het spuiten condens of kleine waterdruppels op het oppervlak terechtkomen.Gebruik van waterige of verontreinigde schoonmaakmiddelen voor het spuiten
- Resten van reinigingsmiddelen of water op het oppervlak kunnen in de laklaag reageren als het oppervlak niet goed droog en vetvrij is.
Hoe voorkom je watervlekken?
Laat de lak altijd volledig uitharden (7 dagen, afhankelijk van temperatuur en product) voordat je de auto aan vocht blootstelt.
Spuit bij voorkeur binnen bij een stabiele temperatuur en lage luchtvochtigheid.
Zorg dat de ondergrond droog, schoon en vetvrij is voor je begint.
Wacht voldoende tijd tussen het aanbrengen van kleur en blanke lak (volg instructies op het product).
Wat kun je doen als je al watervlekken hebt?
Lichte vlekken kun je vaak voorzichtig polijsten met een fijne polijstpasta,na volledige uitharding van 7 dagen.
Zijn de vlekken dieper of zichtbaar in de blanke lak? Dan is licht schuren (P2000 nat) en opnieuw afwerken met blanke lak soms nodig.
Sinaasappelhuid in de lak

Wat is het sinaasappelhuid-effect?
Sinaasappelhuid in de lak herken je aan een ongelijkmatig, bobbelig oppervlak – het lijkt op de schil van een sinaasappel. De lak is niet mooi vlak uitgespoten, waardoor het eindresultaat er dof of korrelig uitziet.
Veelvoorkomende oorzaken bij gebruik van een spuitbus:
Te droge of stoffige spuitomgeving
- Lak droogt al tijdens het neerkomen op het oppervlak, waardoor deze niet mooi kan vloeien.Verkeerde spuitafstand of -hoek
- Spuit je te ver weg of te schuin, dan komt de lak niet nat genoeg op het oppervlak aan.Te snelle of te dunne lagen
- Als de lak te droog of te "stoffig" wordt aangebracht, vloeit deze niet goed uit.Onvoldoende temperatuur of luchtvochtigheid niet onder controle
- Koude of vochtige omstandigheden vertragen het vloeien en drogen van de lak.Slechte voorbereiding of te ruw geschuurd oppervlak
- Een te grove schuurlijn onder de lak zorgt ervoor dat de laklaag zich niet egaal verspreidt.
Hoe voorkom je sinaasappelhuid bij spuitbussen?
Werk in een stofvrije, goed geventileerde ruimte met een stabiele temperatuur (idealiter 18 - 25°C).
Houd de juiste afstand (meestal 20 - 30 cm) en spuit in vloeiende, gelijkmatige bewegingen.
Breng de lak in meerdere lichte maar natte lagen aan niet te droog, niet te dik.
Zorg dat de ondergrond glad, mat geschuurd (bijv. P800 - P1000) en vetvrij is.
Schud de spuitbus goed (minimaal 2 minuten) vóór gebruik.
Wat kun je doen als het al gebeurd is?
Laat de lak volledig uitharden (7 dagen).
Schuur de sinaasappelstructuur glad met fijn schuurpapier (bijv. P1500 - P2000 nat).
Poets of polijst daarna voor een glanzend en egaal resultaat.
Als het effect te grof of diep is, kan een nieuwe laklaag nodig zijn.
Schuurkrassen zichtbaar in de lak

Wat zijn schuurkrassen in de lak?
Schuurkrassen zijn zichtbare lijnen of krassen die door de laklaag heen te zien zijn. Ze ontstaan wanneer de ondergrond vóór het spuiten niet fijn genoeg is geschuurd of niet goed is afgewerkt. Dit komt vooral naar voren na het aanbrengen van de kleur- of blanke lak.
Oorzaken van schuurkrassen bij spuitbusgebruik:
Gebruik van te grof schuurpapier vóór het spuiten
- Als je bijvoorbeeld met korrel P320 of grover schuurt en daarna direct gaat spuiten, blijven de groeven zichtbaar onder de lak.Niet afwerken met fijnere korrels (zoals P800 - P1000)
- Een veelgemaakte fout is om te stoppen bij een te grove schuurgraad. Lak en vooral blanke lak zijn dun en vullen die krassen niet op.Slechte controle op overgangen en randen
- In overgangen van oude naar nieuwe lak kunnen schuurkrassen zichtbaar blijven als deze niet goed zijn weggewerkt of 'uitgevlakt'.Geen gebruik van een schuurpad of handblok
- Handmatig schuren zonder vlak hulpmiddel kan leiden tot ongelijkmatige druk en diepe schuurplekken.Onvoldoende schoonmaken na het schuren
- Achtergebleven schuurstof of vuil kan zich vastzetten in de lak en krassen benadrukken.
Hoe voorkom je schuurkrassen in de lak?
Werk in stappen: begin grof (bijv. P320 - P400) en bouw af naar fijner (P800 - P1000) vóór het spuiten.
Gebruik bij voorkeur droog schuren met P800 of nat schuren met P1000 - P1200 voor het beste resultaat.
Gebruik een handblok of schuurpad voor gelijkmatige druk.
Controleer het oppervlak goed met licht voordat je gaat spuiten.
Maak het oppervlak na het schuren grondig schoon en vetvrij.
Wat kun je doen als je al schuurkrassen ziet na het spuiten?
Bij lichte krassen: licht schuren met fijn schuurpapier (P2000 nat), daarna polijsten. Na volledige uitharding van 7 dagen
Bij diepe of opvallende krassen: opnieuw schuren, de beschadigde laklaag bijwerken en indien nodig opnieuw spuiten.

Wat is het probleem?
Na het aanbrengen van de blanke lak zie je kleine stofjes, pluisjes of korreltjes die in de laklaag vastzitten. Het oppervlak voelt ruw aan en oogt onzuiver — alsof er vuil onder of in de lak is beland tijdens het spuiten.
Veelvoorkomende oorzaken bij gebruik van een spuitbus:
Spuiten in een stoffige omgeving
- De grootste boosdoener. Buiten spuiten of in een niet-stofvrije garage zorgt ervoor dat stofdeeltjes zich hechten aan de natte lak.Slechte voorbereiding van het oppervlak
- Als de ondergrond niet goed is schoongemaakt of ontvet, kunnen oude stofresten of vuil in de lak terechtkomen.Statische elektriciteit op het oppervlak
- Tijdens het schuren of poetsen kan het oppervlak statisch worden, waardoor het stof aantrekt op het moment dat je gaat spuiten.Verontreiniging op kleding of gereedschap
- Vezels van kleding, doeken of kwasten kunnen loskomen en op het oppervlak terechtkomen.Niet goed ontstoffen tussen kleurlaag en blanke lak
- Zelfs als de kleurlaag goed is aangebracht, kan stof zich in de tussentijd ophopen als je niet opnieuw ontstoft.
Hoe voorkom je vuil in de blanke lak?
Spuit bij voorkeur binnen in een stofvrije, schone ruimte.
Reinig de werkruimte en het werkstuk grondig vóór het spuiten.
Gebruik ontvetter en een kleefdoek vlak voor het aanbrengen van de blanke lak.
Draag stofvrije kleding (geen fleece of wol) en vermijd bewegingen die stof kunnen opwaaien.
Vermijd tocht of wind in de ruimte tijdens het spuiten.
Laat na het schuren het oppervlak goed ontstoffen en rusten zodat zwevend stof kan neerdalen.
Wat als het al gebeurd is?
Laat de blanke lak volledig uitharden (meestal 7 dagen).
Schuur het oppervlak licht op met fijn waterproof schuurpapier (P1500 - P2000 nat) om stofdeeltjes weg te halen.
Polijst het oppervlak daarna om de glans terug te brengen.
Zijn de deeltjes te diep of is de laklaag ongelijk? Dan kan opnieuw blanke lak aanbrengen nodig zijn.
Slechte hechting tussen basislak en blanke lak

Wat is het probleem?
De blanke lak hecht niet goed op de eerder aangebrachte basislak. Het resultaat: bladders, loslatende lak, kleurvervaging, doffe plekken of zelfs afbladdering na verloop van tijd. Soms zie je het direct, maar vaak pas dagen of weken later.
Oorzaken van slechte hechting tussen basislak en blanke lak
Te lang wachten met het aanbrengen van de blanke lak
- Basislakken (vooral metallic) moeten meestal nat-in-nat of binnen een bepaald tijdsvenster worden overgespoten met blanke lak (bijv. binnen 30–60 minuten). Wacht je te lang, dan is de basislak al te droog, waardoor de blanke lak niet goed hecht.Basislak onvoldoende droog bij het aanbrengen van blanke lak
- Is de basislak nog te nat, dan kan de blanke lak gaan 'koken', barsten of dof opdrogen.Vettig of stoffig oppervlak tussen de lagen
- Als er vuil, stof of vingerafdrukken op de basislak zitten voordat je de blanke lak aanbrengt, hecht deze niet goed.Verkeerde producten of merken gecombineerd
- Sommige lakken en blanke lakken zijn niet goed op elkaar afgestemd. Vooral bij gebruik van verschillende merken kan dit leiden tot slechte hechting.Spuitafstand of techniek onjuist
- Te droge of stoffige blanke lak (door te ver spuiten of te dun aanbrengen) vloeit niet mooi uit en hecht niet goed aan de onderlaag.
Hoe voorkom je hechtingsproblemen?
- Breng blanke lak aan binnen het aanbevolen tijdsvenster (meestal binnen 30 tot 60 minuten na het aanbrengen van de basislak).
- Zorg dat de basislak stofvrij en vetvrij blijft voordat je de blanke lak aanbrengt. Gebruik eventueel een kleefdoek.
- Werk in een schone, droge omgeving bij stabiele temperatuur.
- Gebruik lak en blanke lak van hetzelfde merk of systeem, als dat mogelijk is.
Wat als het al misgegaan is?
Hecht de blanke lak niet goed of begint hij los te laten?
- Dan moet je de slechte laag volledig afschuren tot op de basislak of grondverf, en opnieuw lakken.Bij lichte hechtingsproblemen of doffe plekken:
- Laat de lak uitharden, schuur licht op (P2000 nat) en probeer opnieuw blanke lak aan te brengen in dunne, natte lagen.

Slechte dekking in de lak
Wat is het probleem?
Na het spuiten zie je dat de lak niet mooi dekkend is. De ondergrond schijnt nog door, de kleur is ongelijk of vlekkerig, of er zijn lichte en donkere plekken zichtbaar. Dit zorgt voor een rommelig eindresultaat en een duidelijk kleurverschil ten opzichte van de rest van de auto.
Oorzaken van slechte dekking bij spuitbusgebruik
Te dunne of te droge laklagen
- Veel doe-het-zelvers spuiten te voorzichtig of te snel uit angst voor druipers. Hierdoor komt er te weinig lak op het oppervlak en wordt de dekking onvoldoende.Onvoldoende aantal lagen aangebracht
- Spuitbuslak heeft vaak 2 tot 4 dunne lagen nodig voor volledige dekking. Te vroeg stoppen zorgt voor doorschijnende of vlekkerige plekken.Verkeerde spuittechniek
- Ongelijkmatig spuiten, te grote afstand, of met haperende bewegingen leidt tot kleurverschillen en slechtere dekking.Donkere of contrasterende ondergrond
- Als de ondergrond donker is (bijv. plamuurplekken, grondverf of oude lak) en je spuit met een lichte kleur, kan die ondergrond blijven doorschijnen.Geen of verkeerde grondverf gebruikt
- Een geschikte primer in een neutrale of bijpassende kleur zorgt voor betere dekking van de lakspray.
Hoe voorkom je slechte dekking?
- Werk in meerdere dunne, gelijkmatige lagen – laat elke laag even drogen (volg de spuitbus-instructies).
- Houd de juiste afstand aan (meestal 20–30 cm) en beweeg de spuitbus vloeiend.
- Gebruik een geschikte primer in een kleur die past bij de aflak (bijv. grijs of wit onder lichte kleuren).
- Laat voldoende droogtijd tussen lagen, maar wacht ook niet te lang om hechting te behouden.
- Werk in goede lichtomstandigheden, zodat je de dekking kunt controleren tijdens het spuiten.
Wat als het al misgegaan is?
Nog niet afgelakt?
- Laat de laklaag drogen, en breng extra dunne lagen aan tot de dekking gelijk is.Al blanke lak aangebracht?
- Als de dekking slecht is onder de blanke lak, moet je helaas opnieuw beginnen. Schuur de lagen terug tot de basislaag of primer, en bouw opnieuw op.

Wat is het probleem?
Na het lakken ziet het oppervlak er dof of mat uit, terwijl je een glanzend resultaat had verwacht. Er is weinig reflectie of diepte in de lak, en het eindresultaat oogt niet professioneel.
Mogelijke oorzaken van vermatting / doffe lak:
Geen of onvoldoende blanke lak aangebracht
- Bij metallic- en parelmoerlakken is de glanslaag altijd de blanke lak. Zonder deze toplaag blijft de basislak dof.Te droge of ‘stoffige’ applicatie van blanke lak
- Als je te ver van het oppervlak spuit of te snel beweegt, droogt de lak al in de lucht. Dit zorgt voor een ruwe, doffe afwerking in plaats van een mooie vloeiende glanslaag.Onvoldoende lak aangebracht
- Een te dunne laag blanke lak kan niet goed vloeien of glanzen.Matte lak of matte blanke lak per ongeluk gebruikt
- Sommige spuitbussen bevatten matte of zijdeglanslak. Controleer altijd goed het etiket.Lak niet goed kunnen vloeien door lage temperatuur of tocht
- Spuiten bij te lage temperatuur (onder de 18°C) of met tocht zorgt ervoor dat de lak niet mooi kan uitvloeien, wat leidt tot vermatting.Polijsten overgeslagen na schuren of bijwerken
- Als je delen hebt geschuurd of bijgewerkt en niet gepolijst hebt, kan het oppervlak dof blijven, zelfs als de lak technisch goed zit.
Hoe voorkom je een dof of mat resultaat?
- Gebruik altijd blanke lak over basislak, tenzij je een uni-kleur hebt die al glanst.
- Spuit in de juiste omstandigheden: stofvrij, 18–25°C, geen wind of tocht.
- Breng de blanke lak nat aan in 2–3 dunne lagen — niet te droog, niet te dik.
- Laat elke laag even drogen, maar wacht niet te lang tussen de lagen.
- Controleer het producttype – is het een matte of glanzende lak?
- Polijst het oppervlak na uitharden voor extra glans (alleen bij doffe plekken of lichte sinaasappelhuid).
Wat als de lak al dof is geworden?
Is de laklaag technisch goed aangebracht maar oogt dof?
- Wacht 24–48 uur tot de lak volledig is uitgehard, schuur licht met P2000 nat, en polijst met een fijne polijstpasta voor een hoogglans resultaat.Is de blanke lak droog of te dun aangebracht?
- Dan kan het nodig zijn om opnieuw blanke lak aan te brengen over het bestaande oppervlak. Schuur licht op voor betere hechting.Gebruik je per ongeluk matte blanke lak?
- Helaas is er dan geen oplossing anders dan verwijderen en opnieuw lakken met de juiste (glanzende) blanke lak.
Slechte hechting van lak op kunststof

Wat is het probleem?
Na het spuiten bladdert de lak af, laat hij los bij lichte aanraking of ontstaat er snel schade bij gebruik. Soms hecht de lak zelfs helemaal niet aan het kunststof en trekt hij tijdens het drogen al weg van het oppervlak.
Veelvoorkomende oorzaken van slechte hechting op kunststofdelen:
Geen kunststofprimer (hechtprimer) gebruikt
- Kunststof is vaak glad en vetafstotend. Zonder speciale primer hecht verf of lak niet goed aan het oppervlak.Onjuiste of onvoldoende reiniging vooraf
- Kunststof bevat vaak weekmakers of oliën vanuit de productie. Als die niet volledig verwijderd zijn, blijft de lak 'op' het oppervlak liggen in plaats van te hechten.Geen of verkeerde schuurvoorbereiding
- Kunststof moet licht opgeruwd worden (bijv. met Scotch-Brite of fijn schuurpapier) voor goede hechting. Te glad = slechte hechting.Spuiten op flexibel kunststof met starre lak
- Sommige bumpers of sierlijsten zijn flexibel. Een standaard lak zonder flexibiliteitsadditief kan dan snel barsten of loslaten.Niet geschikt type lak of primer voor kunststof
- Niet alle producten zijn universeel toepasbaar. Sommige primers en lakken hechten alleen op metaal of hout.
Hoe voorkom je slechte hechting op kunststof?
- Reinig grondig met een speciale kunststofontvetter of antistatische reinigen - Geen standaard siliconenverwijderaar gebruiken; die laat soms een laagje achter op kunststof.
- Gebruik een geschikte kunststofprimer (hechtprimer) - Deze zorgt voor chemische hechting tussen het kunststof en de lak.
- Schuur het oppervlak licht op (P600–P800 of Scotch-Brite rood) - Niet te grof, maar wel genoeg om het oppervlak mat te maken.
- Gebruik geschikte lakproducten die compatibel zijn met kunststof- Controleer op het etiket of het product geschikt is voor kunststofdelen.
- Werk in dunne lagen en laat voldoende droogtijd tussen de lagen.
Wat als de lak al loslaat of slecht hecht?
Lak laat los of bladdert af:
→ Schuur alle slecht hechtende lagen volledig weg tot op het kale kunststof. Reinig opnieuw, gebruik kunststofprimer en spuit opnieuw.Beginnende hechtingsproblemen of barstjes:
→ Als het lokaal is, kun je die zones bijwerken. Schuur licht op, breng primer en lak opnieuw aan op die plekken.
Extra tip: Kunststofdelen zoals bumpers, spiegelkappen en sierlijsten verschillen in samenstelling. Test bij twijfel altijd op een klein stukje voordat je het hele onderdeel spuit.
Wat is craquelé in autolak, en hoe ontstaat het?

De kleur is anders dan verwacht, hoe kan dat?
Kleurafwijkingen kunnen verschillende oorzaken hebben en komen vaker voor dan je denkt, zelfs bij gebruik van de juiste kleurcode. Mogelijke oorzaken zijn:
1. Laagdikte en applicatiemethode
De uiteindelijke kleur van autolak wordt mede bepaald door de opbouw van de lagen en de dikte van de laklaag. Te veel of te weinig lagen kunnen de kleur donkerder of lichter doen lijken. Ook de manier van spuiten (afstand, druk, overlapping) heeft invloed op het eindresultaat.
2. Geen kleur naast origineel 'uitgespoten'
Om kleurverschil te voorkomen, is het belangrijk om de lak altijd uit te spuiten — dit betekent dat je de nieuwe lak geleidelijk laat overlopen in het omliggende paneel. Dit maakt eventuele minimale kleurafwijkingen optisch onzichtbaar.
3. Invloed van ondergrond en blanke lak
De kleur van de ondergrond (primer of oude lak) en het gebruik van blanke lak kunnen het eindresultaat beïnvloeden. Een afwijkende ondergrondkleur of een andere blanke lak (bijv. met andere glansgraad) kan het totaalbeeld veranderen.
Tip: Maak altijd eerst een testspuitplaatje voordat je op het voertuig zelf gaat spuiten. Zo kun je beoordelen of de kleur klopt en indien nodig bijstellen.
Heb je twijfels over de kleur of hoe je het moet aanbrengen? Neem gerust contact op voor technisch advies.